EVIDENCE BASED PRACTICE OVER ONDERZOEK EN BEHANDELING VAN GESTOORDE HOUDINGS- EN BEWEGINGSCONTROLE BIJ PATIňNTEN MET
LAGE RUGKLACHTEN.

 

Prof. dr. Peter VAES

REVAKI Vrije Universiteit en Academisch Ziekenhuis V.U.Brussel.

 


Lage rugklachten wordt door artsen het meest frequent gebruikt als reden tot verwijzen naar de kinesitherapeut. Uit een enquÍte over kennis bij huisartsen van indicaties voor kinesitherapie uitgevoerd door 'De Artsenkrant'(2002) blijken lage rugklachten een van de (weinige) indicaties te zijn voor kinesitherapie waarover bij artsen een groeiende consensus bestaat.

 

Nu de gezondheidszorg steeds meer door ĎEvidence Based Medicineí wordt geregeerd zullen wij als kinesitherapeuten vaker dan vroeger worden aangesproken om een verklaring te geven voor de werkingsmechanismen van ons klinisch handelen bij deze patiŽntengroep.

 

Het benoemen van de stoornissen die bij deze patiŽnten kunnen worden vastgesteld en wat de kinesitherapie daaraan denkt te kunnen veranderen zal bijdragen tot het inzichtelijk maken en legitimeren van de kinesitherapeutische interventie.

 

Bij het formuleren van een heldere omschrijving van de gevolgen van gezondheidsproblemen relevant voor de kinesitherapie maakt men best gebruik van de ICF, de Internationale Classificatie van het menselijk Functioneren. Zodoende kunnen gevolgen van ziekte worden ondergebracht in (1) stoornissen van fysiologische of psychische functies, (2) beperkingen in activiteiten en (3) participatieproblemen.

 

Uit recent klinisch onderzoek, uitgevoerd aan de VUBrussel blijkt dat we in de categorie Ďstoornissení van het ICF bij patiŽnten met aspecifieke chronische lage rugklachten naast gestoorde pijnwaarneming, beweeglijkheid en spiertonus ook een gestoorde controle van het lokale evenwicht kunnen toevoegen. Deze op wetenschappelijk onderzoek gebaseerde kennis kan door de kinesitherapeut in de dagelijkse praktijk worden toegepast.

 

Zo is het mogelijk met een eenvoudige evenwichtstest in zit op een tol een betrouwbare en reproduceerbare evaluatie van de stoornis van controle over handhaven van de zithouding uit te voeren (Paulus et al.,, 2001 en Van Daele et al.,, 2002). Deze gestandaardiseerde evaluatie kan zodoende door de kinesitherapeut gebruikt worden om een uitspraak te doen over mogelijk onderhoudende factoren van de aandoening en eventueel risico voor recidief.

 

Bij het oefenen van controle over houding en beweging en het trainen van bewegingspatronen met stabilisatie van bekken en lage rug in de neutrale stand kan een beter houdingsgevoel worden nagestreefd. Het doel hiervan is het risico op overbelasting te verminderen en de frequentie van recidief van pijnopstoten terug te dringen.

 

Bij dit alles moet zo langzaam duidelijk worden dat de afstand tussen wetenschap en praktijk niet zo groot is als menig kinesitherapeut wel denkt. "Meten is weten" en het beoordelen van de status en evolutie van de patiŽnt met lage rugklachten is slechts mogelijk wanneer we de drie dimensies van de gevolgen van ziekte op gezondheid evalueren en evolutie documenteren.

 

Van het handzaam instrument op het niveau van stoornissen dat nu voorhanden is blijkt de betrouwbaarheid aanvaardbaar voor de klinische praktijk.

 

Verder gebruik in de klinische praktijk zal zeker nog verbeteringen kunnen aanbrengen en voortgezet wetenschappelijk onderzoek zal de validiteit van het instrument nog verder moeten documenteren.