DE INVLOED VAN DE FACTOR LEEFTIJD OP KOPPELING VAN BEWEGINGEN IN DE CERVICALE WERVELKOLOM

 

Prof. Dr. P. VAN ROY

Experimentele Anatomie en Manuele Therapie,

Vrije Universiteit Brussel, Laarbeeklaan 103, 1090 Brussel

 


Bij de studie van koppeling van bewegingen in de wervelkolom gaat de aandacht voornamelijk naar de onderlinge koppeling tussen axiale rotatie en lateroflexie.

Hierbij dient onderscheid te worden gemaakt tussen segmentale en regionale koppeling. In vivo onderzoek van segmentale koppeling vergt een 3D-analyse met behulp van medische beeldvorming.

Voor de studie van regionale koppeling kan men o.m. gebruik maken van een 3-D analyse door middel van electromagnetische trackers.

Regionale koppeling van de cervicale regio met inbegrip van het cervicothoracale overgangsgebied wordt hierbij geregistreerd via de opvolging van de oriŽntatiewijzigingen van twee sensoren binnen een electromagnetisch veld.

Dank zij de implementatie van bijkomende software worden de basisbeweging en de gekoppelde beweging gelijktijdig in kaart gebracht.

 

Zowel gezonde proefpersonen als patiŽnten laten op herhaalbare wijze patronen optekenen, die meermaals individuele karakteristieken vertonen, o.m. links-rechts asymmetrieŽn.

Alhoewel homolaterale koppeling in de cervicale regio overweegt, kunnen ook globale patronen van heterolaterale koppeling worden opgetekend.

Ook lopen de curves van de basisbeweging en van de gekoppelde beweging niet steeds perfect synchroon.

Stoornissen kunnen aanleiding geven tot kenmerkende onregelmatigheden in de curves, zoals het uitblijven van een gekoppelde beweging.

Effecten van cervicaal lijden en van therapeutische interventie op het bewegingverloop kunnen worden nagegaan.

Omwille van de talrijke interindividuele verschillen die reeds bij gezonde proefpersonen kunnen worden opgetekend, is het niet raadzaam de curves los van een klinische achtergrond te interpreteren.

 

Sorteren van de bewegingresultaten per decade laat toe een beeld te schetsen van de evolutie van de gemiddelden van zowel de basisbeweging als van de gekoppelde beweging in functie van de leeftijd.

E.e.a. kan worden bekeken op een achtergrond van secundaire wijzigingen in de functionele anatomie van de cervicale wervelkolom.

 

REFERENTIES:

- Van Roy P, Lanssiers R, Vermoesen A, Baeyens JP, Verlinden M, Caboor D, Zinzen E, Clarijs JP, De implementering van aanvullende software voor 3-D bewegingsanalyse met behulp van electromagnetische trackers ten behoeve van onderzoek van gekoppelde bewegingspatronen†† in†† de†† cervicale†† wervelkolom,Nieuw Tijdschrift van de Vrije Universiteit Brussel, 2000, 13, 97-110

- Van Roy P., Verbruggen L., Maes O., Cuppens G., Baeyens J.P., Lanssiers R., Clarijs J.P., Patterns of coupled motion in the cervical spine in rheumatoid arthritis patients, European Spine Journal, 2000, 9, 357

- Van Roy P, Baeyens JP, Lanssiers R, Vermoesen A, Caboor D, Zinzen E, Verlinden M, Clarijs JP, The implementation of additional software for 3-D analysis of coupled motion in the cervical spine by means of an electromagnetic tracking device. In: Reilly T. (Ed.): Musculoskeletal disorders in health-related occupations, Amsterdam, IOS Press, 2002, 97-106

- Van Roy P., Loones L., Baeyens J.P., Clarijs J.P., Mathematical analysis of coupled lateral bending in active axial rotation of the cervical spine, Proceedings of the XIVth congress of the International Society of Electrophysiology and Kinesiology, Vienna, Austria,June 22-25, 2002, 98-99


 

VUB OZR-project 319. - Met dank aan G. Cuppens, R. Lanssiers, L. Loones, O. Maes, F. Van den Bogaerde en A. Vermoesen voor hun substantieel aandeel in deeltrajecten van dit project.