Valpreventie bij Parkinson-patienten

 

KERCKHOFS E.1, COENE M.1, DUQUET W.2

(VUB, Fac. L.K., 1Vakgroep Kinesitherapie, 2Vakgroep Biometrie en Biomechanica)

 


INLEIDING:

Valincidenten bij Parkinson (PD)-patienten zijn een belangrijke oorzaak van beperkingen en handicaps.

De screening van risicopatienten is belangrijk om op een efficiente wijze preventieve strategieen te kunnen toepassen.

 

PROEFPERSONEN:

29 PD-patienten met of zonder valgeschiedenis werden gerecruteerd via de Parkinsonvereniging van de Vlaamse Gemeenschap (17 mannen en 12 vrouwen, gemiddelde leeftijd 68.3 ± 7.3 j, duur sinds PD-diagnose 8.4 ± 5.6 j, Hoehn & Yahr: I: 15, II: 7, III: 7).

 

METHODE:

De patienten werden in de thuissituatie tweemaal getest (éénmaal in de on-periode en één maal in de off-periode) op een uitgebreide reeks gestandaardiseerde evenwichts- en staptesten (stand op één been, op beide benen, Romberg test, zelfgeinduceerde perturbaties, step test, retropulsietest, get up & go, dubbeltaken, Berg Balance Scale, Tinetti test).

Nadien gebeurt een follow-up voor valincidenten gedurende 3 maanden, waarbij na een eventuel val door de patient een formulier wordt ingevuld en naar de onderzoekers verstuurd.

Wekelijks wordt de patient hier telefonisch aan herinnerd.

 

RESULTATEN:

De resultaten van 23 patienten zijn intussen geanalyseerd: 10 patienten vielen niet in de volgende 3 maanden: (9 mannen en 1 vrouw; H&Y I:6, II:3, III:1), terwijl 13 patienten 1 à 10 maal vielen (gemiddelde 3.5) (4 mannen en 9 vrouwen; H&Y I:6, II:2, III:5).

In de off-periode gaf een logistieke regressie-analyse 2 significante predictoren aan met betrekking tot het valrisico: het geslacht en de Rombergtest (Y = -539.6 + 63.6x (geslacht 0 of 1) + 17.96x (Romberg in seconden),  c2=0.0004). 82 % van de patienten werden door deze regressievergelijking correct voorspeld als vallers of niet-vallers.

In de on-periode waren de twee significante predictoren het geslacht en de stand op het linker been (Y = 1.22 + 5.31x (geslacht 0 of 1) – 0.21x (stand op Li been in seconden), c2= 0.0003. 78.3 % van de patienten werden hierdoor correct voorspeld.

De beste discriminatoren tussen de on- en off-periode waren de motorische dubbeltaken (gepaarde t-test: p=0.056 en p=0.06).

 

CONCLUSIE:

 

Hoewel onze regressievergelijkingen beinvloed kunnen zijn geweest door een selectiebias, is het zoeken naar predictoren met betrekking tot het valrisico van belang om efficiente valpreventie-strategieen te ontwikkelen.