DETECTIE EN PREVENTIE VAN VALLEN
BIJ AMBULANTE SENIOREN

 

D. CAMBIER & K. DELBAERE

Universiteit Gent

 

Preventief richtsnoer en "Elderly COMBAT" als antwoord op onderzoek naar valgedrag bij ambulante senioren

 


SITUERING

Vallen bij ouderen wordt sterk geassocieerd met mortaliteit, morbiditeit, gereduceerd zelfstandig functioneren en een voortijdige institutionalisatie.

Afgezien van de fysieke letsels kan vallen daarenboven ook belangrijke psychologische en sociale gevolgen hebben.

Menig zorgverstrekker is zich hiervan echter terdege bewust en heeft de verzuchting hieraan het hoofd te bieden, doch het ontbreken van een gemakkelijk hanteerbaar richtsnoer staat vaak een preventiestrategie in de weg.

 

OPZET

Dit prospectief onderzoek stelde zich tot doel(1) de predictieve waarde van, hoofdzakelijk fysieke, remedieerbare risicofactoren op een valpartij bij de ambulante, zelfstandig wonende ouderen te bepalen en(2) op basis hiervan een onderbouwd richtsnoer en gerichte interventie te ontwikkelen.

 

STUDIEMETHODE

Deelnemers werden geselecteerd uit de bevolkingsgroep van 65+-ers uit de gemeente Melle bij Gent.

Van de 803 uitgenodigden werden 297 (37%) personen bereid gevonden deel te nemen aan de basisscreening en de follow-up van 12 maanden.

 

RESULTATEN

Algemeen

258 (149 dames en 109 heren) deelnemende senioren (gemiddelde leeftijd 72,1 jaar) doorliepen de volledige follow-up na de initiŽle evaluatie.

Gedurende 12 maanden werden 164 valpartijen geregistreerd bij 100 personen (38,8%) waarvan 37 repetitieve vallers.

Van de heren viel 26,6%, terwijl bijna 1 op de 2 dames (47,7%) een valpartij kende.

De helft (50,3%) van de valpartijen verliep zonder letsel, 1 op 5 kende een oppervlakkig letsel of kleine verwonding (34,4%) en 15,3% van de valpartijen kende letsels met een meer ernstig karakter (waaronder 6 fracturen).

 

Risicobepaling

De belangrijkste determinanten die een sterk verhoogd risicogedrag blijken te geven bij de ambulante senior, zijn: geslacht (dames), valgeschiedenis, inname van 4 en meer medicijnen per dag, gestoorde evenwichtscontrole in stand en bij voor-achterwaartse bewegingen, lage spierkracht en gedaalde fysische performantie.

Factoren die eveneens de valkans verhogen, doch matig, betreffen het scherptezicht (voornamelijk bij heren), het gebruik van antihypertensiva en benzodiazepines bij dames.

 

CONCLUSIES

De valincidentie bij ambulante, zelfstandige senioren is zeer hoog en correleert vaak met potentieel remedieerbare of modificeerbare factoren die bovendien relatief eenvoudig kunnen worden geŽvalueerd.

Preventie-initiatieven en onderzoek naar de effectiviteit van preventieve maatregelen dringen zich op, zeker in het licht van de demografische ontwikkelingen.

Gezien de modificeerbaarheid van de meest prominente risicofactoren (SPIERKRACHT, EVENWICHT en FYSISCHE PERFORMANTIE) is een sensibilisering van de bevolking en de zorgverstrekkers voor het probleem aangewezen met het oog op een gepaste primaire en secundaire preventie.

Hiertoe wordt een beknopt richtsnoer voorgesteld.

In het licht van de secundaire preventie bij de grootste risicogroep kan de rol van de kinesitherapeut cruciaal zijn.

 

ONDERZOEKSINITIATIEVEN

Binnen de vakgroep Revalidatiewetenschappen en Kinesitherapie van de Universiteit Gent leidden deze gegevens daarom intussen tot het ontwikkelen van een aangepast fysisch interventieprogramma dat actueel op zijn effectiviteit wordt bestudeerd in samenwerking met de kring voor Zelfstandige Kinesitherapeuten Gent.

Dit programma kreeg de strijdvaardige benaming 'The Elderly COMBAT'; enerzijds een verwijzing naar het doel van de interventie, maar ook een letterwoord dat de inhoudelijkheid van het interventieprogramma weergeeft: Combined Muscle, Balance and Aerobic Training (de meest risicoverhogende factoren bij ambulante ouderen op een val) aangepast aan de leeftijd, de mogelijkheden en de thuissituatie.

 

De doelpopulatie is gericht op de huidige chronische F-lijst, waarbinnen een nomenclatuurnummer vervat zit voor de vallende 70-plusser.

De beginstatus evenals de eventuele progressies van de patiŽnt naar kracht, posturale controle, ADL-mogelijkheden en valgedrag worden onderzocht aan de hand van een testbatterij.

 

De COMBAT-interventie loopt over een periode van ťťn jaar.

Tijdens de eerste 16 weken krijgen alle patiŽnten identiek hetzelfde programma.

Er zijn 3 verschillende instapmogelijkheden naargelang de fysieke performantie van de patiŽnt.

Het oefenprogramma is zeer gradueel opgebouwd.

Er is een algemene voortgang elke vier weken, waarbij nieuwe, moeilijkere oefeningen worden gegeven.

Specifieke richtlijnen naar individuele progressie, waarbij met extra gewichten kan worden gewerkt, laten toe geÔndividualiseerd te werk te gaan.

De volgende 8 maanden blijft de kinesitherapeut de patiŽnt op wekelijkse basis behandelen, naar eigen goeddunken zonder vooropgestelde richtlijnen.

 

Met het preventieonderzoek wordt het effect nagegaan van een individueel aangepast oefenprogramma bij zwakke ouderen op de spierkracht in de bovenste en onderste ledematen, de posturale controle en de functionele status van de zwakke oudere.

Naast het effect van dit oefenprogramma op de fysieke factoren zal ook een eventuele wijziging in de activiteitsgraad en het valgedrag van de oudere worden onderzocht.


 

 

 

verdere info :

Dirk Cambier en Kim Delbaere

Vakgroep Revalidatiewetenschappen en Kinesitherapie

Campus Heymans (UZ), 6 K3

De Pintelaan 185, 9000 Gent

Tel: 09/240.26.60 - 09/240.22.71

e-mail : dirk.cambier@rug.ac.be

e-mail : kim.delbaere@rug.ac.be