DE BIPOLAIRE STOORNIS BIJ KINDEREN EN ADOLESCENTEN: MISKEND OF OVERGEDIAGNOSTICEERD ?  

TOKK  [ 28 - 2003]126-138, Dirk van West, Dirk Deboutte en Anton Van Strien

 

Reeds sinds 1921 wordt er gesproken van de manisch depressieve psychose bij jeugdigen, maar het is pas vanaf de jaren tachtig dat er meer systematische studies verschijnen.  DSM-IV criteria worden gehanteerd om de diagnose vast te stellen.  Toch blijft de bipolaire stoornis ondergediagnosticeerd o.w.v. de algemene gedachte dat de bipolaire stoornis zelden voorkomt, de overlap tussen manie en andere kinderpsychiatrische stoornissen, de moeilijke differentiatie tussen een bipolaire stoornis en schizofreen proces, en de atypische klinische presentatie die varieert i.f.v. de ontwikkelingsleeftijd.

 

De gegevens omtrent het voorkomen van de bipolaire stoornis zijn gebaseerd op een relatief klein aantal “community” studies en retrospectieve data.  Hieruit blijkt een prevalentie van 0.5% en 7.5% voor kinderen respectievelijk tussen 5 en 9 jaar en tussen 10 en 14 jaar oud.

 

Manische symptomen verschillen per leeftijd, hoewel er uiteraard ook gemeenschappelijke kenmerken voorkomen.  Jonge kinderen vertonen eerder agressie, emotionele labiliteit en geïrriteerdheid, terwijl oudere kinderen vaker euforie, grootheidsideeën, paranoïde ideeën en gedachtevlucht vertonen.  Drukke spraak, overactiviteit, de gedachte dat ze ‘boven’ de wet staan en verhoogde afleidbaarheid komen bij beide leeftijdsgroepen voor. 

 

De bipolaire stoornis moet gedifferentieerd worden van andere ziektebeelden.  De slaapmoeilijkheden of concentratieproblemen bij de aandachtstoornis met hyperactiviteit (ADHD) moeten gedifferentieerd worden van de verminderde behoefte aan slaap of gedachtevlucht bij de bipolaire stoornis.  Een gedragsstoornis kan vaak het eerste teken zijn van een bipolaire stoornis.  Er kunnen ook perceptuele vervormingen voorkomen, daarom is onderscheid met schizofrenie noodzakelijk.  Misbruik van middelen is een vertroebelend element voor de diagnose en heeft een negatieve invloed op de prognose en behandeling van de bipolaire stoornis.  De bipolaire stoornis kan net zoals een depressieve stoornis gepaard gaan met  angstbeelden. 

 

De bipolaire stoornis presenteert zich als een continue reeks van diverse gemengd manische, kortdurende episoden met snelle stemmingswisselingen (rapid cycling).  Risicofactoren voor het ontwikkelen van een bipolaire stoornis zijn een depressieve episode gekenmerkt door een plots begin, psychomotorische retardatie en psychotische kenmerken, ofwel door een familiaal voorkomen van affectieve stoornissen, ofwel door een voorgeschiedenis van manie/hypermanie na behandeling met antidepressiva. 

 

Bij de behandeling is een biopsychosociale benadering noodzakelijk, met twee luiken nl. psychofarmacologisch en psychosociaal.  De medicamenteuze behandeling van de bipolaire stoornis bij kinderen moet gebaseerd worden op het onderzoek bij de volwassenen.  Lithium is de medicamenteuze eerstekeuzebehandeling, helaas zijn er veel neveneffecten.  Daarom wordt in sommige gevallen geopteerd voor valproaat en carbamazepine.  Psychosociaal staat de psycho-educatie centraal, m.n. het geven ven leefregels.  Gezinsfactoren en de mate van psychosociale steun beïnvloeden het resultaat op lange termijn. 

 

Uit het artikel blijkt dat de bipolaire stoornis bij kinderen en adolescenten in het verleden ondergediagnosticeerd is geweest.  In de toekomst moet er meer aandacht besteed worden aan het bestaan en de ernst van deze stoornis bij kinderen en adolescenten.

 

Mieke ANTHONISSEN