K÷RPERKONZEPT UND BEWEGUNGSTHERAPIE IN DER PSYCHOSOMATIK.EXPLORATIVE STUDIE ZU STRUKTUR UND VERLAUF.††††††††
G. HŲlter; W. Beudels; M. Brand

 

Begin vorige eeuw ontstonden er verschillende hypotheses omtrent de samenhang tussen lichaamsbeleving en psychische gezondheid, dit door onderzoek in twee nieuwe domeinen.

In deneurofysiologie ging men op zoek naar parameters (tonusveranderingen, hypo- en hyperactiviteit, akinesie) voor de evaluatie van de psychť. Het resultaat van dit onderzoek heeft geleid tot een grondmodel dat een verklaring gaf voor de onmiddellijke effecten van beweging en training, namelijk t.g.v. werking van o.a. het hormonale en cardiovasculaire systeem.

Een tweede domein spitste zich toe op het registreren en interpreteren van subjectieve lichaams- en bewegingsbelevingen, dit d.m.v. schalen en vragenlijsten.

 

Het doel van deze studie bestond eruit op zoek te gaan naar de samenhang tussen sport- of bewegingsactiviteit en gespecifieerde gezondheidsvariabelen, zoals angst, spanning en stemming.

De basis van deze studie is het internationaal besproken gezondheidsmodel (Salutogenesemodel), dat als resultaten op lange termijn de beÔnvloeding van de psychische gezondheid heeft vastgesteld. Op middellange termijn vond men een opbouw van de psychosociale stressoren en op korte termijn een beÔnvloeding van de stemming en het algemeen welbevinden.

In deze studie werden 122 subjecten opgenomen, die gedurende 10 weken in een psychotherapeutisch ziekenhuis verbleven.

Als anamnese werden er 4 testen afgenomen: een vragenlijst over het algemeen welbevinden, de Frankfurter KŲrperkonzeptskalen, een vragenlijst i.v.m. een eigen interpretatie van je gezondheid en een vragenlijst over items zoals verstaanbaarheid en houding.

Ad random werden er twee extra testen uitgevoerd: een coŲrdinatietest en een inschatting van het behandelsucces.

De behandeling bestond uit een algemene reactivering, beheersing van spanning, sport als vrije tijd en dit alles met veel aandacht voor creativiteit. Ook werd er gedurende 3 keer per week gesprekstherapie gehouden.

In het onderzoek werden de patiŽnten ingedeeld naar diagnose en hun sportervaring.

In het algemeen werd er bij psychosomatische patiŽnten een lager welbevinden vastgesteld. Bij patiŽnten met een functionele storing werden er betere scores gevonden in vergelijking met andere patiŽnten. PatiŽnten die regelmatig sport beoefenen scoren ook beter in vergelijking met niet of onregelmatig sportenden.

De grootste evoluties worden gevonden in het actueel welbevinden. Hiervoor geeft men zowel een fysiologische als psychologische verklaring.

Ook bij niet zieken heeft men een duidelijk verschil gevonden tussen de psychische gezondheid van sportenden en niet sportenden. Beweging kan gezien worden als een preventieve maatregel waarbij een functionering in een sociaal netwerk centraal staat.

De trainer of begeleider heeft een erg belangrijke taak: hij/zij moet in de mogelijkheid zijn een adequaat gesprek te voeren, maar moet ook een voldoende kennis bezitten omtrent de verschillende pathologieŽn.

Naar de klinische praktijk toe zijn de resultaten nog niet eenduidig genoeg en vraagt dit domein dan ook nog veel studie.

 

Marie YSERBYT